Creationistische artikelen over GULO

Inleiding

Zoals intussen wel bekend is, is onlangs het boek En de aarde bracht voort van prof. dr. Gijsbert van den Brink verschenen [1]. In reactie daarop schreef Jan van Meerten samen met acht biologen een artikel in het Reformatorisch Dagblad waarin zij beweren dat er acht belangrijke problemen met de evolutietheorie zijn, zodat het proberen in te passen van de theologie in de evolutietheorie niet nodig is [2]. In dit artikel schreven zij onder andere:

Pseudogenen zijn genen die kapot zijn. Dat wordt veroorzaakt door mutaties. Die zijn prima te verklaren met een degeneratiemodel. Als prof. Van den Brink aangeeft dat het voor hem een bewijs van gemeenschappelijke afstamming is dat mensen een kapot gen voor het maken van vitamine C hebben [3], negeert hij de voor de hand liggende optie dat Adam en Eva oorspronkelijk een intact gen hadden, maar dat dit nadien kapot is gegaan. [2]

In reactie hierop schreef dr. René Fransen ook een artikel in het Reformatorisch Dagblad [4], waarin hij inging op de claims uit het artikel van Van Meerten en anderen, waarbij hij vooral aandacht schonk aan het defecte vitamine C-gen. Hij schrijft dat er twee problemen zijn met de verklaring van Van Meerten en anderen: ten eerste hadden Adam en Eva helemaal geen GULO-gen nodig en ten tweede is het krachtigste argument voor de evolutietheorie vanuit het GULO-gen dat niet alleen mensen, maar ook andere primaten een defect GULO-gen hebben met de mutaties die tot defectie van het gen leidden op dezelfde plaats.

Op zijn blog schreef Fransen nog twee artikelen in reactie op het artikel van Van Meerten en anderen [5][6]. Toen hij hierover op Twitter berichtte, schreef ik:

Bekend met de ID-literatuur? Bv. Meyer (2009; 2013), Axe (2016) en ook artikelen. Daarin staat nl. kritiek op bijna al jouw “weerleggingen”.[7]

Dr. Fransen reageerde vervolgens:

Kom maar op met sluitende verklaring voor vit C pseudogen, zou ik zeggen. Mag op m’n site.[8]

Ik reageerde vervolgens dat het GULO-argument vanaf creationistische zijde reeds was beantwoord, waarbij ik verwees naar het artikel van dr. Jeff Tomkins [9]. Hoewel dr. Fransen hier niet meer op heeft gereageerd, mag ik vast wel aannemen dat zijn reactie op Jan van Meerten ook voor mij geldt (aangezien Jan van Meerten naar mijn reactie verwijst):

Jan, even een Science Flash: referenties gebruik je om je argument te onderbouwen, niet als argument. Dus kom op met een verklaring voor GLO [10]

Mijn persoonlijke mening is dat degene die een argument inbrengt, ook moet bespreken wat zijn opponenten hier in het verleden tegenin gebracht hebben – tenzij dit al eerder ruimschoots is weerlegd. Van Meerten en anderen lijken mij hier in gebreke, omdat zij te kort door de bocht gingen in hun ‘verklaring’ van het defecte GULO-gen. Echter, ook dr. Fransen heeft niet de moeite genomen om de eerdere discussie rondom het GULO-gen te bespreken (en mij lijkt dat er op zijn blog geen woordenlimiet is).

Zelf heb ik me nooit goed verdiept in het GULO-gen, maar omdat dr. Fransen mij vroeg om een verklaring van het GULO-gen én argumenting by link niet genoeg vond, wil ik hier een overzicht geven van de creationistische literatuur over het GULO-gen, met mijn eigen gedachten erbij.

Woodmorappe

De eerste vermelding van het GULO-gen (voor zover ik heb kunnen nagaan), is te vinden in een artikel van Woodmorappe [11]. Het gaat slechts om één zin in een opsomming van mutaties in pseudogenen die ingaan tegen wat op basis van verwantschap verwacht zou worden. Hij schrijft:

The rat and chimp uniquely share C at position 55 in the GLO pseudogene. [11]

De bron waarop Woodmorappe dit baseert [12], laat in figuur 1 dit inderdaad zien. Ik denk echter niet dat dit problematisch is voor de evolutietheorie. Gezien vanuit de evolutietheorie is positie 55 (van exon X) gemuteerd van een C naar een T in de gemeenschappelijke voorouder van de primaten. Vervolgens is deze positie bij de chimpansees opnieuw gemuteerd. De kans is dan 25% dat er op deze positie weer een C komt (er kan namelijk een A, een G, een C of een deletie voor in de plaats komen). Er kan hier dus heel goed gewoon sprake zijn van toeval.

In een ander artikel [13] gaat Woodmorappe verder in op het GULO-gen. Hij wijst erop dat de posities waarin het GULO-gen van mens en de cavia verschilt met dat van de rat, 36% overeenkomstig is. Aangezien deze significante overeenkomst niet door toeval is te verklaren, wijst hij erop dat er veel hot spots op het GULO-gen moeten liggen, die voor de overeenkomst hebben gezorgd.

Scheele

De eerste gedetailleerde reactie op het GULO-argument is afkomstig van Peter Scheele [14]. Hij geeft drie mogelijke verklaringen ervoor:

  1. in de eerste plaats: als het aan de buitenkant meer op elkaar lijkt, dan moet het in de binnenkant ook meer op elkaar lijken.
  2. Er is (uiteraard) een verschil in generatie-snelheid van de verschillende soorten. Cavia’s en ratten planten zich veel sneller voort dan chimpansees. Als soorten oorspronkelijk een exact gelijk gen hadden voor Vitamine C-productie (wat nog maar de vraag is natuurlijk), dan hopen zich meer mutaties op in een soort die zich sneller voortplant in eenzelfde tijdspanne dan in een langzamere soort, simpel omdat er dan meer generaties zijn. Het cavia-gen zal daardoor veel verder af zijn gaan wijken van het origineel dan het chimpansee-gen, en langzame soorten zullen onderling minder verschillen vertonen dan snellere soorten.
  3. Verder is het ook nog maar de vraag of al de reparatie-mechanismen in de verschillende soorten identiek zijn. Het is zeker dat er daar verschillen in zijn, maar hoe groot de effecten daarvan zijn is nog onduidelijk. Als ze verschillen, tonen soorten met betere reparatie minder afwijkingen. Het zou goed kunnen dat ‘hogere’ soorten een betere algemene reparatie hebben. [14]

Verder wijst Scheele erop dat de opvallende deletie op positie 97 die bij alle primaten aanwezig is, veroorzaakt kan zijn doordat deze plek een hotspot is.

Borger en Truman

Het schijnt dat dr. Peter Borger in 2006 een artikel heeft geschreven met de titel Shared mutations: Common descent or common mechanism? [15] Dit artikel heb ik echter niet meer kunnen achterhalen. Een artikel van dr. Borger en dr. Royal Truman van een jaar later is nog wel beschikbaar [16]. Borger en Truman merken op wat ook Woodmorappe en Scheele (de laatste zijdelings) opmerkten, namelijk dat er een significante overeenkomst is in de mutaties in het GULO-gen van cavia’s en primaten. Andere bezwaren die zij tegen de evolutionaire verklaring van de GULO-genen inbrengen, zijn:

  • als de evolutionaire verklaring klopt, dan zouden de mutatiesnelheden op diverse plekken in de fylogenetische stamboom drastisch verschillen;
  • Aangezien in andere GULO-genen de nucleotide op positie 97 ook variabel is, gaat het bij positie 97 waarschijnlijk om een hotspot;
  • Op meerdere plekken is onafhankelijk dezelfde mutatie opgetreden (bijv. op positie 13 bij de koe en de makaak);
  • In een wereld met snelle mutatiesnelheden en kleine populaties (ofwel de wereld kort na de zondvloed) komen veel toevallige overeenkomsten voor;
  • Overeenkomsten die niet overeenkomen met gepostuleerde evolutionaire verwantschappen, worden vaak afgedaan als gevallen van homoplasie;
  • Er zijn meerdere gevallen waarin de overeenkomsten tussen GULO-genen volgens evolutionisten niet wijzen op verwantschap.

Uiteraard schrijven en behandelen Borger en Truman meer in hun artikel, maar dit zijn de belangrijkste punten. Borger beschrijft positie 97 van exon X als een interspecies hot spot in zijn boek [17], waarmee hij bedoelt dat deze hot spot bij meerdere soorten voorkomt.

Klink

Op zijn website deatheist.nl heeft drs. Bart Klink een uitgebreide repliek geschreven op Scheele, Borger en Truman [18]. Drs. Klink benoemt een fout die Woodmorappe, Scheele, Borger en Truman allen maken:

De fout zit in het feit dat de rat niet een voorouder is van mensen of cavia’s. Ook de sequentie van het GULO-gen van de rat is dus niet voorouderlijk. Het is daarom onzinnig om te spreken over veranderingen ten opzichte van de rat. De rat heeft sinds zijn gedeelde gemeenschappelijke voorouders met apen en de cavia zijn eigen veranderingen gekregen. De rat is niet een soort onveranderlijke Gouden Standaard ten opzichte waarvan de rest veranderd is. Wanneer de sequentie van de rat op een bepaalde positie verschilt van zowel die van zowel de apen als van de cavia’s, is de meest waarschijnlijke verklaring dat het een verandering in de rat betreft (en dus niet dezelfde verandering in zowel de primaten als de cavia).

Hoewel drs. Klink hier zeker een goed punt heeft, is die overeenkomst tussen de GULO-genen van de cavia en de mens ten opzichte van de rat toch interessant. Zowel bij de mens als bij de cavia hebben er mutaties opgetreden die ervoor hebben gezorgd dat het GULO-gen niet meer kon functioneren. Ook daarna zullen er mutaties in het functieloze gen hebben plaatsgevonden. Er rijzen bij mij dan drie vragen op:

  • Welke mutaties zijn destructief voor het gen en welke niet?
  • Hoeveel procent van de destructieve mutaties zijn overeenkomstig in cavia’s en primaten?
  • Hoeveel mogelijke destructieve mutaties zijn er?

Als het antwoord op de tweede en derde vraag ‘hoog’ is, dan blijft de grote overeenkomst tussen de mutaties in cavia’s en primaten lastig te verklaren. Hoewel drs. Klink dus terecht opmerkt dat het argument niet opgaat, zou het bij nadere studie toch verbeterd kunnen worden en alsnog als argument kunnen dienen.

Hierna gaat drs. Klink in op de drie mogelijke verklaringen die Scheele in heeft gebracht. Hij schrijft dat de eerste verklaring niet opgaat, omdat de defecte GULO-genen geen effect op het fenotype hebben. De tweede verklaring gaat volgens hem niet op omdat het niet kan verklaren waarom mensen en primaten veel gedeelde mutaties hebben en die respons geldt ook voor Scheeles derde mogelijke verklaring.

Drs. Klink merkt ook op dat het nog maar de vraag is of positie 97 een hotspot is en dat dit ook niet verklaart waarom alle primaten dan dezelfde mutatie op deze hotspot hebben. In reactie op de stelling van Truman en Borger dat er sterk wisselende mutatiesnelheden zouden moeten zijn geweest, laat hij zien dat het wel meevalt met bijvoorbeeld de ‘abnormaal snelle’ mutatiesnelheid van het ratten-GULO-gen.

Tomkins

De uitvoerigste bespreking van het GULO-gen komt van dr. Jeff Tomkins [19]. Er zijn enkele interessante punten die dr. Tomkins maakt en die ik hier puntsgewijs zal samenvatten:

  • Vitamine C wordt door sommige soorten in de lever, en door andere soorten in de nieren gesynthetiseerd. De transitie van nieren naar lever is twee keer onafhankelijk opgetreden in zoogdieren en vogels;
  • Beenvissen kunnen geen vitamine C maken en hebben hier ook geen gen voor, terwijl bijv. kraakbeenvissen en tetrapoden dit over het algemeen wel kunnen. Alle beenvissen moeten dus hun vitamine C-gen volledig kwijt zijn geraakt of kraakbeenvissen en tetrapoden moeten onafhankelijk het vermogen om vitamine C te maken hebben ontwikkeld;
  • Sommige genera van zangvogels lijken intacte GULO-genen te hebben terwijl zij deze genen fylogenetisch gezien lijken te hebben geërfd van voorouders met defecte GULO-genen;
  • Degeneratie van het GULO-gen blijkt een veelvoorkomend verschijnsel te zijn;
  • Nieuwe genen zouden ontstaan door genduplicatie. Het GULO-gen is echter geen onderdeel van een genenfamilie, terwijl het in een regio ligt waarin veel genen lijken te zijn gedupliceerd;
  • Er is groot verschil tussen de GULO-exons van de mens en van de rat, tot zelfs slechts 20,6% overeenkomst in exon 6;
  • DNA-overeenkomsten tussen de exons van de GULO-genen van primaten leveren verschillende, tegenstrijdige fylogenetische stambomen op;
  • De volledige GULO-regio van de mens vertoont slechts voor 84% overeenkomst met de chimpansee en, merkwaardig genoeg, 87% overeenkomst met de gorilla;
  • Een regio van 13.000 basen naast exon 6, waar de sporen van twee verloren gegane exons zouden moeten liggen, leverde slechts 68% overeenkomst met de chimpansee en 73% overeenkomst met de gorilla op;
  • De transposable elements (TE’s) in de GULO-regio verschillen sterk tussen mensen en apen onderling.

Na Fransen

Na het artikel van dr. Fransen zijn er twee reacties verschenen. Het eerste artikel is een korte reactie van Arjan van Laar [20]. Hij schrijft dat een Lada en een Lexus allebei een lekke band kunnen krijgen en impliceert hiermee dat twee dezelfde defecten niet per se op gemeenschappelijke afstamming hoeven te wijzen. Het tweede artikel is van dr. Willem Binnenveld [21]. Dr. Binnenveld schrijft dat de overeenkomsten tussen de defecten in de GULO-genen van mensen en apen het resultaat kan zijn van overeenkomstige mechanismen waardoor mutaties gebeuren. Sommige gebieden van het genoom muteren sneller dan andere delen. Aangezien de genomen van mensen en primaten erg op elkaar lijken, zullen deze gebieden ook overeenkomstig zijn.

Conclusie

In de afgelopen jaren zijn er meerdere creationistische verklaringen voorgedragen voor de overeenkomsten in de defecten in het GULO-gen bij primaten en mensen. Niet al deze verklaringen zijn even sterk en sommige zijn dan ook weerlegd. Op basis van wat ik gelezen heb (nogmaals, ik heb me niet erg verdiept in het GULO-gen en dit artikel is met name bedoeld om weer te geven wat anderen hebben gezegd), wil ik het volgende concluderen:

  • Aangezien defectie van het GULO-gen meerdere keren onafhankelijk zich heeft voorgedaan, is het GULO-gen blijkbaar gevoelig voor defectie;
  • Op meerdere plekken is in exon X onafhankelijk dezelfde mutatie opgetreden;
  • Dan rijst de vraag of er misschien een mechanisme achter de defectie zit, zoals doelgerichte mutaties of transposable elements;
  • Het GULO-gen vormt voor evolutionisten een probleem, omdat er geen sprake lijkt te zijn van een ontstaan door genduplicatie en omdat er veel convergente evolutie moet hebben plaatsvinden;
  • De overeenkomst tussen de GULO-regio van de chimpansee en de mens is relatief laag en vreemd genoeg is de overeenkomst tussen de GULO-regio van de mens en de gorilla groter;
  • Aangezien de mens en primaten erg op elkaar lijken, is het niet onwaarschijnlijk dat de mechanismen van het veroorzaken van defectie en mutaties overeenkomen.

Dit lijkt mij een redelijke samenvatting van de sterkste punten die creationisten hebben gemaakt. Wellicht dat de overeenkomsten in het GULO-gen van cavia’s en primaten bij nadere studie ook gebruikt kan worden als argument voor een mechanisme achter de defectie.

Ik ben erg benieuwd wat dr. Fransen (of iemand anders) hier tegenin heeft te brengen. Op het artikel van Tomkins is namelijk nog geen reactie gekomen. Als bovenstaande punten kloppen, is het GULO-probleem voor creationisten nu niet meer dan een klein onderdeel van het probleem van het patroon van het leven, waar nog altijd geen sluitend antwoord op is [22]. Ik denk echter dat ook daar in de nabije toekomst een goede verklaring voor te vinden is. Als laatste wil ik nog reageren op het eerste bezwaar van dr. Fransen, de vraag waarom Adam en Eva überhaupt een GULO-gen nodig hadden. Zoals hij had kunnen weten, denken veel creationisten dat God organismen met grote hoeveelheden genetische informatie heeft geschapen, die niet allemaal direct, maar wellicht in de toekomst gebruikt kon worden. Door degeneratie is datgene wat niet gebruikt werd, verloren gegaan of is het dysfunctioneel geraakt.

[1] Brink, G. van den. (2017). En de aarde bracht voort. Zoetermeer: Boekencentrum.

[2] Meerten, J. W. van. e.a. (2017, 18 juli). Kritische weging evolutietheorie ontbreekt bij prof. Gijsbert van den Brink. Reformatorisch Dagblad (Puntkomma), pp. 8-9. Dit artikel is hier en hier online te raadplegen.

[3] Zij verwijzen hier naar noot 1, p. 57.

[4] Fransen, R. (2017, 4 augustus). Evolutietheorie heeft de beste papieren. Reformatorisch Dagblad (Puntkomma), pp. 8-9. Dit artikel is hier online te raadplegen.

[5] Fransen, R. (2017, 4 augustus). Reactie op acht bezwaren tegen evolutie. Geraadpleegd op 15-8-2017 van http://www.sterrenstof.info/reactie-op-acht-bezwaren-tegen-evolutie/

[6] Fransen, R. (2017, 4 augustus). Reactie op acht bezwaren tegen evolutie II. Geraadpleegd op 15-8-2017 van http://www.sterrenstof.info/reactie-op-acht-bezwaren-tegen-evolutie-ii/

[7] https://twitter.com/Radagast_11/status/893737394087886849

[8] https://twitter.com/Fransen_R/status/893738283792027648

[9] https://twitter.com/Radagast_11/status/893739468871671808

[10] https://twitter.com/Fransen_R/status/894464217084022784

[11] Woodmorappe, J. (2000). Are pseudogenes ‘shared mistakes’ between primate genomes? Journal of Creation, 14(3), 55-71. Dit artikel is hier online te raadplegen.

[12] Ohta, Y., & Nishikimi, M. (1999). Random nucleotide substitutions in primate nonfunctional gene for l-gulono-γ-lactone oxidase, the missing enzyme in l-ascorbic acid biosynthesis. Biochimica et Biophysica Acta (BBA) – General Subjects, 1472, 408-411.

[13] Woodmorappe, J. (2004). Potentially decisive evidence against pseudogene ‘shared mistakes’. Journal of Creation, 18(3), 63-69. Dit artikel is hier online te raadplegen.

[14] Scheele, P. M. Vitamine C: Een gedegenereerd gen in mensen? Geraadpleegd op 15-8-2017 van http://www.degeneratie.nl/index.asp?PaginaID=1803#

[15] Hier wordt naar verwezen in het artikel van drs. Klink (zie onder).

[16] Truman, R., & Terborg, P. (2007). Why the shared mutations in the Hominidae exon X GULO pseudogene are not evidence for common descent. Journal of Creation, 21(3), 118-127. Dit artikel is hier online te raadplegen.

[17] Borger, P. (2009). Terug naar de oorsprong. De Oude Wereld, p. 257.

[18] Klink, B. (2007, januari). Het GULO-gen als bewijs voor evolutie. Geraadpleegd op 15-8-2017 van http://deatheist.nl/downloads/GULO.pdf

[19] Tomkins, J. P. (2014). The Human GULO Pseudogene— Evidence for Evolutionary Discontinuity and Genetic Entropy. Answers Research Journal, 7, 91-101. Dit artikel is hier online te raadplegen.

[20] Laar, A. van. (2017, 14 augustus). Defect gen bewijs voor gemeenschappelijke afstamming? Geraadpleegd op 15-8-2017 van https://logos.nl/defect-gen-bewijs-gemeenschappelijke-afstamming/

[21] Binnenveld, W. (2017, 14 augustus). Aarde zag er na scheppingsweek uit alsof hij al langer bestond. Reformatorisch Dagblad (Puntkomma), pp. 8-9. Dit artikel is hier en hier online te raadplegen.

[22] Wood, T. C. (2006). The Chimpanzee Genome and the Problem of Biological Similarity. Occasional Papers of the BSG, 7, 1-18. Dit artikel is hier online te raadplegen.

Een gedachte over “Creationistische artikelen over GULO

  1. Pingback: En De Aarde Bracht Voort, Christelijk geloof en evolutie - G. van den Brink

Reacties zijn gesloten.